Camping

Camping De Bovenberg

Gelegen aan de voet van de “Friezenberg” in een ook verder heuvelachtig gebied met een afwisselende natuur van bos, heide en akkers. Ook treft u in dit gebied eeuwenoude grafheuvels aan.

De Bovenberg grenst aan het natuurgebied “De Borkeld” en is een prima CAMPING in Twente voor gezinnen met jonge kinderen. Ook 50-plussers vinden bij ons de rust en de ruimte. Er zijn standaardplaatsen van 100 m² en comfortplaatsen van 150 m². Alle ruim opgezette plaatsen hebben zowel elektriciteit, waterleiding en riolering.

Uniek op het terrein is een natuurbad (zuiver kwelwater) met een zandstrand en een ligweide. Er zijn diverse veilige speeltoestellen voor de kinderen, zoals een airtrampoline. Op gezette tijden worden de kinderen vermaakt door een recreatieteam.

Historisch landschap

Door Martijn Horst – Landschap Overijssel, 2019

Het natuurlijke landschap

Camping De Bovenberg ligt bovenop een oude stuwwal. Stuwwallen zijn de oudste landschappelijke relicten die te vinden zijn in Overijssel. Ze stammen uit de voorlaatste ijstijd (200.000- 125.000 jaar geleden). Noord-Nederland was vanuit Scandinavië bedekt met een enkele honderden meters dikke ijskap en aan de randen van die ijskap werden lokaal aardlagen opgestuwd; de stuwwal. De zand-, grind-, en kleilagen uit de oorspronkelijke bodem kwamen door dat proces scheef naast elkaar te liggen. Hierdoor komt het voor dat binnen een stuwwal voedselrijke en voedselarme en waterdoorlatende en ondoorlaatbare lagen elkaar afwisselen. Bovenop de stuwwallen liggen smeltwaterdalen, ontstaan na het smelten van het landijs. Ten zuiden van De Bovenberg liggen er twee.

Prehistorische bewoning

Door opgravingen in de afgelopen decennia is er meer bekend geworden over de vroegste bewoningsgeschiedenis van het stuwwallandschap. Meestal gaan de sporen van menselijke activiteit terug tot de oude steentijd, waarin groepen nomadische jagers-verzamelaars op de hoge gronden verbleven, waaronder rendierjagers (13.000-10.000 v.Chr.). Sporen van kampementen van jagers-verzamelaars uit de middensteentijd (8800-4900 v.Chr.) zijn plaatselijk ook talrijk. In de jonge steentijd schakelde de mens over op landbouw en vestigde zich op vaste plekken. Stukken bos werden gekapt om akkers aan te leggen. Onder meer bij Markelo, Vasse en Oldenzaal bevonden zich in deze periode nederzettingen. Talrijke ‘urnenvelden’ duiden op behoorlijke bevolkingsaantallen in de periode late bronstijd-midden ijzertijd (1100-500 v.Chr.). Rondom De Bovenberg wemelt het dan ook van sporen uit de steentijd, bronstijd en ijzertijd. Het meest in het oog springend zijn de vijftien grafheuvels die ten westen van de camping liggen.

Ontginning vanaf de Middeleeuwen

Na de Romeinse tijd liep de bewoning wel terug, maar raakte de regio zeker niet ontvolkt. In de Karolingische tijd (8ste-10de eeuw) werden de flanken van de stuwwallen ontgonnen en ontstonden de huidige dorpen. Dit moet ook de periode zijn dat Elsen als buurtschap ontstond. De akkers lagen op hogere kopjes dicht bij de boerderij in grotere complexen, de essen of enken. In dit geval de Looke Esch en de Groninger Esch. De lagere delen werden gebruikt als weiland of hooiland; het Elsener Broek. De onontgonnen gronden bovenop de stuwwal werden gemeenschappelijk gebruikt als heidevelden. Ten westen en ten noorden van Elsen ontstonden zo het Elsener Veld, het Elsener Voorveld en het Elsener Leemveld. Veeteelt leverde mest en stond in dienst van de akkerbouw. In de directe omgeving van De Bovenberg stonden daarom alleen al veertien schaapskooien. Door eeuwenlange bemesting met potstalmest, die vermengd werd met heideplaggen, grasplaggen of bosstrooisel kwamen de essen hoger dan de omgeving te liggen. Op gedegradeerde heidevelden ontstonden stuifzanden. In de loop van de middeleeuwen ontstonden de marken of markegenootschappen. Marken werden opgericht om de woeste gronden te beschermen tegen illegale en ongewenste ontginningen. In Elsen was dat simpelweg de marke van Elsen. De toen aanwezige boerenbevolking sloeg de handen ineen om nieuwkomers te weren. Elke boer had een waardeel in de marke: een evenredig recht om vee te weiden en heideplaggen te steken op de gemeenschappelijke markegronden (de graslanden, heidevelden, venen en bossen). De marke van Elsen besloeg een behoorlijke oppervlakte en strekte zich uit van het oostelijke puntje van het Elsener Broek tot aan de Borkeld in het westen. Het grondgebied werd aan de west- en noordkant ‘afgepaald’ met acht grenspalen.

Ontwikkeling vanaf de Nieuwe Tijd

Nadat in de negentiende eeuw de markegronden, door de komst van het kunstmest, hun functie verloren, werden vaak grote oppervlakten naaldbos aangelegd. Het was het begin van het nieuwe, rationele wegenpatroon op de stuwwal. Alle oude doorgaande wegen over de heidevelden kwamen daarmee te vervallen. Tegenwoordig is er daarvan geen één meer in gebruik. Ten noorden van De Bovenberg ontstond steenfabriek met een veldspoorlijn om grondstoffen te vervoeren. De later aangelegde A1 heeft ervoor gezorgd dat zowel de spoorlijn als ook de relatief jonge rationele ontginningswegen tegenwoordig doodlopen.