Camping

Natuurkampeerterrein Klashorst

Tussen uitgestrekt bos, de Vecht en landerijen ligt in het Overijssels Vechtdal dit unieke Natuurkampeerterrein in Hardenberg. Je geniet er van de rust van de stilte, opgevrolijkt door zingende vogels, maar ook de rust van onthaasten en zorgeloosheid. De liefde van Martin en Herma Overweg voor de natuur, de mens en het leven zelf, vind je in alles terug. Met een Natuurkampeerterreinkaart is het op De Klashorst aan de Rheezerweg 123 in Diffelen buitengewoon genieten.

Historisch landschap

Door Martijn Horst – Landschap Overijssel, 2019

Het natuurlijke landschap

Camping De Klashorst ligt op de overgang van dekzand, veen en een rivierenlandschap. Dat is in drie verschillende perioden ontstaan. Tijdens de laatste ijstijd (circa 70.000-10.000 jaar geleden) bereikte het landijs ons land niet. Wel heerste er een zeer koud klimaat, waarbij de wind vrij spel had en dekzanden afzette. Dit dekzandlandschap is bijzonder reliëfrijk en bestaat uit hoge en droge dekzandkopjes en –ruggen en lage en natte dekzandlaagtes. Meestal liggen de patronen van de hogere en lagere delen in oost-westrichting.

De huidige rivierloop van de Vecht is geologisch gezien pas recentelijk ontstaan. Toch ligt de oorsprong van hun natuurlijke landschap veel verder terug, namelijk in de voorlaatste ijstijd (200.000- 125.000 jaar geleden). De Vecht maakt gebruik van een smeltwaterdal dat uitsleep aan de voet van het landijs. De Vecht ging uiteindelijk door het zuidelijke deel van dit oerstroomdal stromen, de Reest door het noorden. In de laatste ijstijd werden in beide laagtes door de wind zand uit de drooggevallen beddingen verplaatst en tot rivierduinen opgestoven. De Vecht moet ongeveer 7.000 jaar geleden min of meer zijn huidige vorm hebben gekregen. Na afloop van de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden, werd het klimaat warmer en ontwikkelde zich een gesloten vegetatiedek. Door het afsmelten van de ijskappen steeg de zeespiegel en als gevolg hiervan ook de grondwaterspiegel. In de uitgestrekte, laaggelegen gebieden van Overijssel vormden zich dikke lagen veen. Deze veenvorming begon ongeveer 6.000 jaar geleden en ging door tot omstreeks het jaar 1000 na Chr. In eerste instantie onder invloed van grondwater (laagveen), maar daarbovenop ook als veengroei op basis van alleen regenwater (hoogveen). De grote hoogveenkoepels die ontstonden groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder en bedekten grote delen van Overijssel. De extreem zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerassen waar vrijwel geen boom kon groeien.

Prehistorische bewoning

De oudste sporen van menselijke aanwezigheid langs de Vecht dateren uit de middensteentijd (8800-4900 v.Chr.). Een bekende vindplaats uit deze periode is Mariënberg. Hier zijn ook enkele zeer zeldzame graven ontdekt. Langs de Vecht zijn resten van woonplaatsen uit de ijzertijd (800- 0 v.Chr.) en Romeinse tijd (0-400 na Chr.) talrijk. Dat geldt ook voor de omgeving van De Klashorst. Ten noorden van de Vecht zijn de meeste dekzandkopjes bezaaid met archeologische sporen uit deze perioden.

Ontginning vanaf de Middeleeuwen

Ten zuiden van de hoogveenkoepels woonden mensen op de hogere zandige delen langs de Vecht. In tegenstelling tot de agrarische veenontginning, die in het westen van Overijssel vanaf de 12de eeuw op kwam, werd het veen slechts aan de randen gebruikt. Men groef turf voor persoonlijk gebruik, stak plaggen voor de bemesting van de akkers en verbouwde boekweit. Een dergelijke ontginning wordt ook wel een randveenontginning genoemd. Het hoogveen dat verder weg lag werd als het kon ook wel voor het weiden van hun vee gebruikt. In Diffelen werden deze gronden het Diffeler Onderveld, het Diffeler Bovenveld en het Diffeler Veen genoemd. Op de brede dekzandkop tussen de Vecht en het veengebied ontstond vanaf ongeveer de achtste eeuw de buurtschap Diffelen. Het noordelijkste gedeelte werd in eerste instantie gebruikt als heideveld, maar degradeerde in de loop der tijd tot het Diffeler Zand. Akkerbouw vond plaats op de Groote Esch en in de laaggelegen delen langs de Vecht ontstonden de hooilanden; De Maat, Schalmmaat en De Kelder. Deze woeste hoogveengebieden maakten daarmee onderdeel uit van de naastgelegen dorpen, waarbij elk dorp gebruiksrecht had op een bepaald gedeelte van het veen. Vanaf de Vecht liepen dan ook talloze kronkelende wegen het veengebied in. Om de Vecht te doorkruisen lagen in de directe omgeving van de Klashorst een tweetal voetveren in de rivier en vier doorwaadbare plaatsen.

Ontwikkeling vanaf de Nieuwe Tijd

Opvallend is dat het hoogveen van Diffelen nooit als een geheel is ontgonnen. In het noorden van het Diffeler Veen werd een stelstel van wijken gegraven, zodat het ontwaterde veen als landbouwgrond in gebruik kon worden genomen. Daar ontstond de buurtschap Rheezerveen. In het zuiden, vanaf het Diffeler Zand, werd een groot boscomplex aangelegd met een karakteristiek dambordpatroon voor het wegenstelstel. Dit stelsel is nog steeds te herkennen. Lokaal werden sloten gegraven om de bossen te ontwateren. Het kronkelende wegenpatroon is met deze ontginning bijna geheel verdwenen. De Oldemeijersweg is één van de laatste restanten.