Camping

De Wolfskuil groepsaccommodaties

Een gebied tussen de spoorlijn en de Regge, in 1939 28 hectare met heide en veelal dennenbos, kocht jonkheer Ocker Repelaer van zijn neef baron van Pallandt van Eerde. De jonkheer was een opvallende verschijning. De vriendelijkheid en gulheid van de jonkheer worden altijd genoemd door mensen die hem hebben gekend, net als zijn kenmerkende hoed en Amerikaanse auto. Hij bouwde op het terrein van De Wolfskuil een kindertehuis in samenwerking met het Leger Des Heils, later met de padvinderij. Kinderen uit de randstad konden in de zomer 6 weken komen aansterken. De leiding controleerde bij aankomst of de kinderen voldoende onderbroeken en sokken bij zich hadden, anders werd dit in Ommen voor hen gehaald. In de oorlog stoppen de activiteiten tijdelijk doordat het kindertehuis bezet werd door de Duitsers. In de zandkuil iets verder op, waar de Wolfskuil zijn naam aan te danken heeft, worden op hetzelfde moment onderduikers geholpen met een schuilhut. Op 15 april 1948 roept de Jonkheer een stichting in het leven, De Hopman Repelaer Stichting. Tot de jaren zestig ondersteund de stichting exclusief de padvinderij op het terrein, daarna wordt recreatie vrij voor iedereen. Er worden op het terrein meer huizen gebouwd waar groepen vakantie kunnen vieren. Meer dan 70 jaar later is deze Stichting nog steeds actief en bewust bezig met het gedachtegoed van de Jonkheer. Er komen veel kinderen en jongeren die een extra steuntje kunnen gebruiken bij De Wolfskuil voor een mooie vakantie.

Historisch landschap

Door Martijn Horst – Landschap Overijssel, 2019

Het natuurlijke landschap

De Wolfskuil ligt in de ‘oksel’ van de Regge en de Vecht bovenop oudere dekzandgronden. Tijdens de laatste ijstijd (circa 70.000-10.000 jaar geleden) bereikte het landijs ons land niet. Wel heerste er een zeer koud klimaat, waarbij de wind vrij spel had en dekzanden afzette. Dit dekzandlandschap is bijzonder reliëfrijk en bestaat uit hoge en droge dekzandkopjes en –ruggen en lage en natte dekzandlaagtes. Meestal liggen de patronen van de hogere en lagere delen in oost-westrichting. In de omgeving van de Wolfskuil is dit patroon niet meer goed te herkennen door latere, middeleeuwse verstuivingen.

De huidige rivierloop van de Vecht is geologisch gezien pas recentelijk ontstaan. De Vecht moet ongeveer 7.000 jaar geleden min of meer zijn huidige vorm hebben gekregen. Ook de Regge moet ongeveer uit deze periode stammen. Door meandering kregen de rivieren elke keer een andere loop. Ten zuidwesten van de Wolfskuil zijn deze oude meanders nog heel goed waar te nemen.

Prehistorische bewoning

Op diverse dekzandruggen in, of grenzend aan, (vroeger) moerassig gebied zijn sporen van jachtkampjes uit de middensteentijd bekend (8800-4900 v.Chr.). Daar worden ook sporen van bewoning uit de jonge steentijd, de bronstijd en de ijzertijd aangetroffen. Door de latere, middeleeuwse verstuivingen moeten veel van deze archeologische vindplaatsen rondom de Wolfskuil afgedekt zijn. Alleen ten noorden van de Wolfskuil is een vindplaats uit de Midden en Nieuwe Steentijd bekend. Het lijkt het tipje van de ijsberg te zijn met de archeologische verwachting onder het middeleeuwse stuifzand.

Ontginning vanaf de Middeleeuwen

Veel van de oude dorpen in het dekzandlandschap zijn al in de 8ste-9de eeuw ontstaan, al werden deze nederzettingen pas veel later echte dorpen. De verwachting is dat dit ook voor Besthmen geldt. De akkers werden aangelegd op de hogere delen van de dekzandruggen. In dit geval ontstond op deze manier de Bestemer Esch. De natte dalvormige laagten werden gebruikt als weide voor het grootvee en hooiland; de Bestemer Hooilanden en de Mars. De voedselarme zandgronden – vaak de hoogste delen van het terrein – veranderden in gemeenschappelijk heidevelden. De Wolfskuil ligt in het oude Bestemer Veld en richting de Bestemerberg ontstond het Bestembergs Blok. Hier graasden de schapen en werden heideplaggen gestoken die met de mest in de potstal werden vermengd. In het voorjaar werd de mest op de akkers gebracht om de productie te vergroten. In de loop van de middeleeuwen ontstonden de marken of markegenootschappen. Marken werden opgericht om de woeste gronden te beschermen tegen illegale en ongewenste ontginningen. De toen aanwezige boerenbevolking sloeg de handen ineen om nieuwkomers te weren. Elke boer had een waardeel in de marke: een evenredig recht om vee te weiden en heideplaggen te steken op de gemeenschappelijke markegronden (de graslanden, heidevelden, venen en bossen). In Bestem ontstond simpelweg de marke van Bestem. In het westen begrensd door de Regge en in het oosten door de marke van Junne. Door overbegrazing en – beplagging degradeerden heidevelden tot stuifzandvlakten. Het met de wind meegevoerde stuifzand kon op die manier nog een keer verstuiven. Voor het gehele Bestemer Veld moet dat aan de orde zijn geweest. Het verklaart de nu nog aanwezige heuveltjes rondom de Wolfskuil. Om het water in de hooilanden van de Regge te controleren, werden door de bewoners kades in de uiterwaarden aangelegd. Op die manier kon het water van de bovenstroomse buren in de eigen hooilanden worden geweerd. In Besthmen is dit de Kerkkade geworden, die oorspronkelijk bij het voetveer uitkwam.

Ontwikkeling vanaf de Nieuwe Tijd

Nadat in de negentiende eeuw de markegronden, door de komst van het kunstmest, hun functie verloren, werden vaak grote oppervlakten naaldbos aangelegd. Rondom de Wolfskuil zal in eerste instantie de belangrijkste motivatie zijn geweest om de stuifzanden te beteugelen. Dit gebeurde vaak met ontginningswallen. Ten noorden van de spoorlijn zijn nog twee van deze wallen terug te vinden en ook de twee noord-zuidgerichte straten van Besthem zijn van oorsprong van deze ontginningswallen/-wegen. In tweede instantie werd gekeken naar een ontworpen parkaanleg in de nieuwe bossen. Behalve de gebruikelijke ontsluitingswegen werd rondom de Wolfskuil ook een wandelpadenstructuur op basis van de Engelse landschapsstijl aangelegd; slingerend door het landschap, van hoog naar laag en de wandelaar prikkelend om na elke bocht nieuwsgierig te zijn wat na de volgende bocht te zien is. Bijna de gehele wandelstructuur is nog intact. Allen de zuidoostelijke lob ontbreekt tegenwoordig.